Nieuwe methodiek maakt preventie van burn-out meer effectief (Bron: Nationale Zorggids)

Geplaatst op
Hoe herken je een burn-out?

Dit onderzoek toont aan dat de kans op burn-out in belangrijke mate bepaald wordt door de mate van innerlijke gevoeligheid van elk individu. Deze gevoeligheid kan voor het eerst objectief gemeten worden, aldus het Centrum voor Belevingspsychologie.

Effectieve preventie en behandeling van burn-out zou zich, volgens het CVBP, primair beter kunnen richten op het herkennen van persoonlijke gevoeligheid voor burn-out. Hoe hoger de gevoeligheid hoe meer het individu vatbaar is voor uiterlijke prikkels en hoe hoger daarmee de kans op een daadwerkelijke burn-out. Voor bedrijven en organisaties is deze benadering uitermate relevant vanwege het kunnen terugdringen van alle investeringen die nodig zijn om werknemers uit een burn-out te houden of hun terugkeer te bespoedigen.

Dergelijke investeringen kunnen veel gerichter worden ingezet bij een helder onderscheid tussen de rol van persoonlijke factoren en de invloed van de werksituatie. Dat is niet alleen menselijk gezien, maar ook uit sociaal-economisch oogpunt van groot belang. Volgens TNO bedroegen de totale kosten van aanpassingen in de werksituatie, een verzuim van gemiddeld 242 dagen en behandeltrajecten in 2016 per persoon circa 133.000 euro.

Hoe werkgevers gericht kunnen investeren in het welbevinden van medewerkers, maakt het CVBP-onderzoek duidelijk door het beschrijven van zeven typen van gevoeligheid voor burn-out. Wanneer een gevoeligheidstype wordt gevoed door bepaalde werkomstandigheden, dan zal dit de kans op burn-out sterk vergroten. Omgekeerd geldt hetzelfde: de werkgever die inzicht heeft in deze zeven typen kan op het gebied van preventie veel bereiken. Daarnaast verklaart dit onderzoek waarom bij vergelijkbare werkomstandigheden de ene medewerker wel en de andere niet in een burn-out terecht komt.

Studenten slikken om beter te blokken (Bron: De Telegraaf)

Geplaatst op
Medicijnen

Eén op de negen (geneeskunde)studenten in België gebruikt de medicijnen ritalin, concerta, modafinil of slikt amfetamines. Ze doen dit om zich beter te concentreren, alerter te zijn of om langer door te kunnen leren. Dat blijkt uit grootschalig Vlaams onderzoek onder ruim 3100 studenten geneeskunde van vijf universiteiten in Vlaanderen. Daarnaast slikken studenten ook steeds vaker de ’natuurlijke studiepilletjes’ Braincaps of Study Buddy, waarin onder andere een stoot cafeïne en supplementen zitten.

„Deze cijfers zijn schokkend hoog. En nogal pijnlijk omdat het om geneeskundestudenten gaat”, zegt Ruud Coolen van Brakel van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Hij pleit voor betere voorlichting over de nadelen van het slikken van ritalin, ook in Nederland.

Hart- en vaataandoeningen

Ritalin is als medicijn eigenlijk bedoeld voor adhd-patiënten en valt onder de opiumwet. Oneigenlijk gebruik kan onder meer leiden tot hart- en vaataandoeningen, depressie, angst, zelfmoordneigingen en slapeloosheid. „Er is adhd-medicatie in omloop, waarvan een aanzienlijk deel via verhandeling terechtkomt bij studenten die geen diagnose voor adhd hebben”, zegt Coolen van Brakel. „Er zal echt een stuk zorgvuldiger moeten worden voorgeschreven.”

In het Vlaamse onderzoek verkreeg 19 procent het medicijn via familie en kreeg 18 procent het van de huisarts. „Sommige huisartsen schrijven het middel toch voor om de studenten te helpen bij concentratieproblemen. Ook wordt er druk van patiënt of ouders gevoeld of geven ze aan het alleen eenmalig voor te schrijven”, licht onderzoekster Sara de Bruyn van de Universiteit Antwerpen toe. „Twintig procent zegt dat ritalin of concerta leidt tot betere resultaten. Maar ook rapporteert bijna zestig procent bijwerkingen zoals slaapproblemen, verminderde eetlust of hartkloppingen.”

Gekregen van vrienden

In Nederland is nooit groot wetenschappelijk onderzoek gedaan naar middelengebruik onder studenten (drugs of alcohol). België loopt daar in Europa mee voorop. Wel bleek uit een peiling vorig jaar van het IVM onder 400 studenten dat een kwart ritalin gebruikt zonder artsenvoorschrift, verkregen van vrienden of studiegenoten.

Voor de 23-jarige Guus Verhaagen, die zelf de voorkeur geeft aan Study Buddy, komen de Vlaamse resultaten niet als een verrassing. Hij studeert bedrijfskunde aan de Universiteit van Antwerpen. „Het ritalingebruik onder studiegenoten is hoog. „Ik verbaas me over het gemak waarmee het geslikt wordt. Ik vermoed dat de nadelen niet bekend zijn, of ze vinden het niet erg.”

Een burn-out achtervolgt je ook tussen de lakens

Geplaatst op
Hoe goed is jouw seksleven

Als de batterij helemaal leegloopt, vinden we dan nog wel de energie om te stoeien tussen de lakens? Belgische onderzoekers beginnen een grootschalige enquête naar de invloed van stress op het seksleven.

,,Alleen al de wetenschap dat er iemand op je wacht als je de voordeur opendoet, nog zonder die effectief te zien, geeft al een stressverlagend gevoel”, zegt seksuoloog en relatiebemiddelaar Rika Ponnet.

Het aantal burn-outs is snel gestegen. 15 procent van de Nederlandse vrouwen zegt een burn-out te hebben of te hebben gehad. Twee jaar geleden was dit nog 9,4 procent. Het aantal opgebrande of overspannen mannen steeg in diezelfde periode van 6 naar 9 procent. Dat bleek eerder uit het Nationaal Salaris Onderzoek, van universiteit Nyenrode en carrièreplatform Intermediair.

Ook in België hebben steeds meer mensen een burn-out. 28.000 Belgen zitten oververmoeid thuis.
We zien burn-outs te vaak als een werk­ge­re­la­teer­de problematiek, maar we nemen die moedeloosheid wel mee naar huis.

Volgens seksuoloog Bert Van Puyenbroeck (Vrije Universiteit Brussel) heeft stress een grote invloed op de dynamiek van onze relaties en het daarbij horende seksleven. In de klinische praktijk ziet hij ze vaak passeren, de stressverhalen bij koppels waar het misloopt. ,,Burn-outs zijn dan wel een werkgerelateerde problematiek, maar we nemen die moedeloosheid wel mee naar huis. Soms valt het daar dan helemaal stil.”

Niet toevallig lijken de cijfers over onze seksuele activiteit terug te lopen. Twee à drie keer per maand bij koppels boven de 25, zo toonde een grootschalig onderzoek van kenniscentrum Rutgers bij 17.000 mensen tussen 18 en 80 jaar oud. Te druk voor seks, luidt het dan.

Libido-killer

,,Maar in het internationale onderzoeksveld gaat het vaak niet verder dan hypotheses en assumpties”, zegt Van Puyenbroeck. Samen met professor gezondheidspsychologie Elke Van Hoof (Vrije Universiteit Brussel) start hij daarom een onderzoek dat via een online-enquête de link tussen het triumviraat stress, relaties en seksualiteit bevraagt.

Dat die link er is, lijkt ook voor Rika Ponnet een ,,zeer logisch verhaal”. Ze merkt op dat een burn-out dan wel geen volwaardige depressie is, de karakteristieken overlappen wel. ,,En wat je bij depressie ziet, is dat een van de eerste problemen zich manifesteert bij de primaire lustbeleving: eten en slapen, maar ook seksualiteit behoort daartoe.”

We weten dat antidepressiva een enorme libidokiller zijn.
Een seksuele lustverstoring die door de veelgebruikte therapie bij burn-outs versterkt wordt: antidepressiva. ,,We weten dat zij een enorme libidokiller zijn”, vertelt Van Puyenbroeck. ,,Dan lopen mensen het gevaar om in een vicieuze cirkel terecht te komen.”

,,Seks blijft nu eenmaal een goede barometer voor de gezondheid van een relatie”, zegt Ponnet. ,,Het kan op zich net een heel goede buffer zijn tegen stress. Voor wie gevaar loopt op een burn-out kan dat helend werken.”

Die laatste link is volgens haar wel al sterk aangetoond, ook neurologisch. ,,Contactmomenten, die halen stressniveaus naar beneden.” In onze ‘versingelde maatschappij’ ziet ze de stressproblematiek dan ook veel terugkomen bij wie niemand heeft die op hem/haar zit te wachten. ,,Minstens een even groot probleem.”

Meer dan gemiddeld

De VUB-enquête loopt tot 30 april en gaat ook over thema’s als hoogsensitiviteit, de seksuele ervaringen van jongvolwassenen en de manier waarop partners ermee omgaan. ,,We gaan echter niet op zoek naar oorzakelijke verbanden, wel naar correlatie”, zegt Van Puyenbroeck. Zaken die vaak samengaan dus, en niet dat het ene automatisch tot het andere leidt.

Een belangrijk verschil, want bij dat laatste bestaat het gevaar dat er een probleemgevoel wordt gecreëerd. ‘Slechts’ twee à drie keer per maand seks, ben ik nu helemaal uitgeblust?’ Ponnet maakte eerder al de kanttekening dat de terugloop van onze seksualiteit wellicht ook een kwestie is van eerlijkheid bij bevragingen.

,,Dat streven naar ‘meer dan gemiddeld’, daar moeten we sowieso van af”, zegt Ponnet. ,,Een seksleven gaat nu eenmaal mee op de golven van het leven, denk maar aan wie net kinderen heeft of een rouwproces doormaakt. Het allerbelangrijkste is dat mensen zich goed voelen bij de beleving.” Uit het onderzoek van Rutgers bleek trouwens dat die tevredenheid vrij hoog ligt.

Harde conclusies trekken uit zo’n onderzoek is bovendien moeilijk. Vooral wie seks heel belangrijk acht, of wie negatieve ervaringen heeft met stress en seks, voelt zich geroepen. ,,Zeker, maar we proberen daarom de termen zo neutraal mogelijk te houden”, zegt Van Puyenbroeck. ,,Iedereen heeft een beeld van wat stress, relaties en seksualiteit betekenen.”

De resultaten zijn voor het najaar. ,,En die kunnen vooral helpen om de wisselwerking bespreekbaar te maken”, ziet ook Ponnet. ,,Een burn-out gaat veel verder dan een slechte baas op het werk.”