Voor het eerst op grote schaal bewezen: ADHD zit in je DNA (Bron: RTLNieuws)

Geplaatst op
ADHD

Wetenschappelijk onderzoek heeft nu aangetoond dat genen op 12 plaatsen in het DNA een rol spelen bij het ontstaan van deze concentratiestoornis.

Dit blijkt uit onderzoek van een internationaal team. “Het is echt een belangrijke stap”, zegt Barbara Franke, hoogleraar Moleculaire Psychiatrie van het Radboudumc en onderdeel van het team. “We wisten al dat ADHD sterk erfelijk bepaald is, nu hebben we de eerste genetische variaties aangetoond die aan de grondslag liggen van deze erfelijkheid.”

Bij het onderzoek is het bloed of speeksel van meer dan twintigduizend mensen met ADHD, grotendeels uit Europa en de Verenigde Staten, onderzocht. Het DNA is vergeleken met dat van 35.000 mensen zonder ADHD. “We hebben op 12 plekken in het DNA genetische variaties gevonden die van invloed zijn op het ontstaan van ADHD.”

Lange weg te gaan

“Bij mensen die veel van deze genen hebben, is het risico op ADHD twee tot vijf keer zo hoog als bij mensen die deze genen niet hebben”, legt Franke uit.

Franke hoopt dat bloedonderzoek van mensen met ADHD in de toekomst meer kan vertellen over genetische aanleg voor ADHD. Zo kunnen onderzoekers en behandelaars meer inzicht krijgen in de aandoening. “Hopelijk kun je in de toekomst ook makkelijker voorspellen of een kind bijvoorbeeld een grotere aanleg heeft en er vroeg bij zijn.”

Hiervoor is wel nog meer onderzoek nodig. “Met de resultaten die we nu in handen hebben, kunnen we wel meer te weten komen over de biologische processen achter ADHD.”

Klein verschil

“De omvang van dit onderzoek is vernieuwend”, bevestigt professor Sarah Durston. Ze is hoogleraar bij het UMC Utrecht Hersencentrum. “Alle andere onderzoeken hebben de statische correctie niet overleefd. Dit onderzoek vanwege de grote aantallen wel.”

Je mag dus concluderen dat er verschillen zijn in de genen bij ADHD’ers. Toch plaatst Durston ook een kanttekening. “Het verschil is alleen zo klein dat het op dit moment geen klinische relevantie heeft.”

Verschillende factoren

Daar komt bij dat bij ADHD verschillende factoren elkaar beïnvloeden, zoals de omgeving en de genetische aanleg. Daarnaast komt ADHD in verschillende vormen voor. Hierdoor is het niet mogelijk om één behandeling of één medicijn te ontwikkelen voor alle ADHD’ers.

Durston: “Je zou in de toekomst wel toe willen naar voorspellingen van hoe een genetisch verhoogd risico in een drukke omgeving kan leiden tot een verhoogd risico op ADHD. Maar zover is het nog niet.”

 

Nieuwe test geeft je in 10 minuten meer duidelijkheid over autistische trekken (Bron: De Gelderlander)

Geplaatst op
Autisme

Mensen voelen zich vaak sowieso vrijer om met je te tekenen dan over gevoelens te praten

Binnenkort promoveert de 71-jarige klinisch-psychologe Tineke Backer van Ommeren uit Velp aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze ontwikkelde een test die binnen 10 minuten duidelijk maakt of iemand kenmerken van autisme heeft. 

Tijdens de door haar ontwikkelde test, bedoeld voor kinderen of adolescenten, maakt de onderzoeker met de deelnemer een tekening, maar daarbij worden geen instructies gegeven over wat te tekenen.

De onderzoeker let daarbij vooral op de sociale interactie. Het blijkt dat autistische kenmerken hierdoor snel aan het licht komen, zoals de neiging om op zichzelf gefocust te zijn en de behoefte aan controle over de situatie.

Wederkerig

,,Het komt neer op het bestuderen van wederkerig gedrag’’, legt Backer van Ommeren uit. ,,Hoe vaak is iemand geneigd om de ander de beurt te geven bijvoorbeeld, of om de ander te helpen? Het is een korte test, maar het laat heel veel zien. Ook de lichtere gevallen van autisme komen hierdoor naar voren, zoals bij mensen die in het dagelijks leven best goed functioneren en waarbij de autistische kernmerken anders moeilijk te meten zouden zijn.’’

Inbreng

Ze deed onderzoek onder bijna zeshonderd kinderen en adolescenten van 6 tot 18 jaar. Hieruit kwam naar voren dat deelnemers met autisme minder vaak de beurt aan de ander geven en veel minder geneigd zijn om andermans tekening te helpen afmaken. Ze tekenen juist vaker eigen objecten dan de deelnemers zonder autisme. Ook accepteren zij minder vaak de inbreng van de ander in hun eigen objecten door die inbreng gewoon te negeren.

Backer van Ommeren werkte jarenlang bij de GGZ in Arnhem en nam deel aan het toenmalige Autisme Team Gelderland, onder meer met het Dr. Leo Kannerhuis in Oosterbeek. Ze deed daar veel ervaring op met jongeren met autisme. ,,Ik merkte toen al dat het vaak makkelijker is om contact te krijgen als je met een cliënt ging tekenen. Mensen voelen zich vaak sowieso vrijer om met je te tekenen dan over gevoelens te praten. Daar komt het idee voor de test uit voort.’’

Pas na haar pensioen had ze  tijd om haar idee verder te ontwikkelen, in samenwerking met de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam. Op 24 april hoopt ze er te promoveren op haar onderzoek.

Late diagnose

In Nederland hebben bijna 200.000 mensen autisme. De diagnose autisme wordt vaak pas relatief laat gesteld. Hierdoor blijft goede zorg en ondersteuning ook vaak lang uit.  Een autisme-diagnose wordt gesteld op basis van de ontwikkeling en het huidige functioneren van een persoon.

Een van de belangrijkste kenmerken van autisme is het niet goed op de ander kunnen reageren. Maar deze beperking in sociaal interactief gedrag tussen twee mensen is moeilijk objectief te meten. Hierdoor bestond er al langere tijd behoefte aan een gevoeliger meetinstrument. De interactieve tekentest van Tineke Backer van Ommeren wordt inmiddels ook al voor onderzoek gebruikt door wetenschappers in Engeland, Duitsland, Spanje, Australië, de Filipijnen en Taiwan.