Doorbraak in behandeling melanoom (Bron: RTLNieuws)

Geplaatst op
Pink Ribbon

Artsen van het Amsterdamse kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek (AVL) deden er een jaar lang onderzoek naar.

Bij 75 procent van de patiënten die behandeld werden met het immuunmiddel pembrolizumab kwam de ziekte na een jaar niet terug. Bij degenen die een placebo ontvingen, was dat 61 procent. Het risico op terugkeer van de kanker onder de mensen die het middel kregen, was 43 procent kleiner.

Duizend patiënten

Volgens chirurg-oncoloog Alexander van Akkooi van het AVL deden wereldwijd meer dan duizend patiënten mee aan het onderzoek. “Het medicijn zorgt ervoor dat het lichaam zijn eigen cellen activeert die kankercellen aanvallen. De deelnemers lagen elke drie weken aan een infuus.” Toch kwam de ziekte bij een aanzienlijk deel van de patiënten binnen een jaar terug. Van Akkooi spreekt over een ‘preventief, aanvullend’ middel.

De prijs van het medicijn maakt een grootschalige invoering van de behandeling moeilijk. Het zou gaan om een bedrag tussen de 100.000 en 150.000 euro per patiënt per jaar. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaat onderzoeken of het middel vergoed kan worden.

Knobbel in je nek

Een melanoom is een van de meest agressieve vormen van kanker. In 2017 werd de ziekte bij rond de 6700 mensen ontdekt. Ongeveer 800 mensen overleden aan een melanoom.

Artsen constateerden de ziekte bij Thomas van der Ploeg in 2005. “Ik zat op een terras toen mijn vriendin een knobbel in mijn nek zag. Het bleek een melanoom te zijn. De kanker was uitgezaaid naar mijn lymfeklier. Mijn leven stond ineens stil.”

Thomas onderging toen naar eigen zeggen ‘een rollercoaster van scans en operaties’. “Het kwartje viel de goede kant op nadat ik drie jaar geleden met een studie meedeed waarin pembrolizumab werd getest. Nu gaat het heel goed met me. Ik voel me sterk, heb een gezin en we verwachten nu ook een tweede kind. Dankzij wat ik heb meegemaakt, leef ik bewuster dan voor de diagnose.”

Hooikoortsradar: bekijk welke pollen nu actief zijn (Bron: Gezondheidsnet)

Geplaatst op
Last van hooikoorts?

Heb je hooikoorts?

Dan wil je graag weten wanneer je van welke pollen klachten kunt krijgen. En hoe erg die klachten zullen zijn.
Een hooikoortsradar geeft inzicht en kan je helpen bij het herkennen van bepaalde pollen, zoals boom-, gras- en onkruidpollen. Zo weet jij precies wanneer je buiten kunt sporten, wandelen of picknicken.
Als je hooikoorts hebt, heb je een allergie voor stuifmeel van grassen, planten of bomen. Je kunt dan last hebben van een jeukende of verstopte neus, jeukende, tranende of branderige ogen en een droge en branderige keel. Stuifmeel, ook wel pollen genoemd, is in verschillende seizoenen actief. Zo is de berkenpol al tussen maart en mei actief en grassoorten tussen mei en september.

Hooikoortsradar

Een handig hulpmiddel is een hooikoortsradar. Met een hooikoortsradar leer je de verschillende pollen die hooikoortsklachten veroorzaken te herkennen. Zo kun je bijvoorbeeld berkenpollen vermijden als deze actief zijn.

 Er zijn online verschillende hooikoortsradars te vinden, zowel voor desktop als mobiel. Een app is natuurlijk het handigst, omdat je – voordat je naar buiten wilt – even snel wilt kijken welke pollen op dat moment actief zijn en hoe erg je klachten zullen zijn.

hooikoortsradar
Bron: Hooikoortsradar.nl

Hooikoortsradar.nl

Op hooikoortsradar.nl is een actueel overzicht te vinden van de hooikoortsintensiteit in heel Nederland. Ook is er een meerdaagse verwachting beschikbaar. In de app is er ook een gemiddelde klachtenscore en een grafiek van de pollenconcentratie van de op dat moment meest allergene boom of plant te zien. Verder kun je zelf aangeven hoeveel last je momenteel van hooikoorts hebt. Je krijgt dan een terugkoppeling van alle meldingen op die dag, zodat je je klachten kunt vergelijken met het algemene beeld.

Er is zowel een gratis app als een betaalde variant voor Android en iOS. De gratis versie bevat advertenties, de betaalde niet. Wil je een logboek bijhouden van jouw klachtenpatroon? Dan is de app van Pollennieuws daar geschikt voor. Hooikoortsradar.nl werkt samen met Pollennieuws, Buienradar en het Elkerliek ziekenhuis.

Rijnstate maakt zelf stof om terugkeer prostaatkanker snel te ontdekken (Bron: Medical Facts)

Geplaatst op
Prostaatkanker

Sinds kort maakt Rijnstate zelf het benodigde Gallium PSMA, waardoor er korte wachttijden zijn en we sneller kunnen starten met een gerichte behandeling bij terugkeer prostaatkanker.

Hoe werkt Gallium PSMA?

Gallium PSMA is een licht radioactieve stof die zeer gevoelig is voor tumorcellen van de prostaat. De stof koppelt zichzelf aan prostaatkankercellen. Als er uitzaaiingen zijn, laat de scan precies zien waar de kankercellen zich bevinden. Hierdoor is een snelle en gerichte behandeling mogelijk, wat een betere prognose voor de patiënt geeft.

Waarom zelf maken?

Voorheen kwam het Gallium PSMA uit Nijmegen. De stof verliest echter al snel z’n radioactiviteit: elke 68 minuten bevat de stof 50 procent minder radioactiviteit. Rijnstate maakt nu zelf de benodigde Gallium PSMA. Patiënten kunnen daardoor sneller terecht voor een PET-scan met deze stof. Voor de productie van Gallium PSMA is een vergunning verleend en een zware loodkast van 2.000 kilo geplaatst waarin de stof gemaakt wordt. De bereiding gebeurt volledig automatisch bij de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Voor wie?

De Gallium PSMA PET-scan is een uitkomst voor patiënten die eerder behandeld zijn voor prostaatkanker, bijvoorbeeld met bestraling of een operatie. Bij hen wordt de PSA-waarde in de gaten gehouden bij controles. PSA is een eiwit in de prostaat. Als deze PSA-waarden verhoogd zijn, kan dat erop wijzen dat de prostaatkanker terug is. Op dat moment kan er een PET-scan gedaan worden met Gallium PSMA. Nucleair geneeskundige Ton Rijnders: “Doordat we zelf het Gallium PSMA maken, kunnen we onze patiënten flexibeler inplannen en houden we korte wachttijden voor het maken van deze PET-scan.” Vervolgens kan er een gerichte behandeling gezocht worden.

Patiënten uit heel Gelderland

Prostaatkanker is bij mannen de meest voorkomende kankersoort in Nederland. Per jaar krijgen circa 12.000 mannen te horen dat ze prostaatkanker hebben en bijna 3.000 mannen sterven hieraan. Rijnstate is een van de grootste prostaatkankercentra van Nederland. De operatieve behandeling van prostaatkanker gebeurt in Rijnstate met behulp van een operatierobot. Mede door deze expertise sturen ziekenhuizen uit Apeldoorn, Deventer, Doetinchem, Winterswijk en Ede hun patiënten voor een prostaatkankeroperatie naar Rijnstate. Daarnaast werkt Rijnstate op het gebied van kanker samen met Slingeland Ziekenhuis (Doetinchem) en Ziekenhuis Gelderse Vallei (Ede) onder de naam A.R.T.Z. Oncologisch Centrum.

Meer Nederlanders laten poep checken op kanker (Bron: Skipr.nl)

Geplaatst op
Ontlasting

Laat jij je ook onderzoeken op kanker?

Met een zogeheten occultbloedtest kan de aanwezigheid van kleine hoeveelheden bloed in de ontlasting worden opgespoord. Afhankelijk van de uitkomst kan bepaald worden of vervolgonderzoek nodig is naar darmkanker.

Oorzaken

Bloed in de ontlasting kan te maken hebben met darmkanker, maar er zijn ook andere oorzaken. Een ‘colonoscopie’, ofwel een inwendig onderzoek van de dikke darm, is een methode om daarover duidelijkheid te geven. Vorig jaar gaf 3 procent van de bevolking aan in het afgelopen jaar zo’n onderzoek naar darmkanker te hebben laten doen.

Gezondheidsinstituut RIVM begon in 2014 met het gefaseerd invoeren van een bevolkingsonderzoek naar darmkanker. De bedoeling is uiteindelijk alle mannen en vrouwen van 55 tot 75 jaar hiervoor iedere twee jaar worden uitgenodigd. (ANP)

Van anticonceptie tot lifestyledrug (Bron: NRC.nl)

Geplaatst op
Anticonceptie

Dit verhaal over anticonceptie heeft een persoonlijke aanleiding.

Dertig jaar geleden had ik een huisarts, een oude man, die het belangrijk vond dat ik elke maand ongesteld werd. Ik ging aan de pil; hij drukte me op het hart om na drie weken dagelijks een pil een stopweek aan te houden, om te bloeden. Ik vond het allang best. Mijn eerste menstruatieritme was twee weken buikpijn en bloeden, twee weken vrij. Dit was een extra week vrij. Ik slikte braaf: vijftien, twintig jaar.

Maar na duizenden pilletjes was ik het zomaar zat. Jarenlang nam ik allerlei andere maatregelen. Je kunt het leven van een vrouw in haar vruchtbare jaren op vele manieren samenvatten en één ervan is als zoektocht naar de prettigste anticonceptievorm. Anticonceptie is sowieso een vrouwending. Dat vind ik niet per se; dat zeggen de huisartsen. „Naast orale anticonceptie”, luidt een van de kernboodschappen uit de huidige NHG-Standaard Anticonceptie van het Nederlands Huisartsen Genootschap (2011), „kan de vrouw kiezen uit diverse andere betrouwbare anticonceptiemethoden, zoals […] sterilisatie van de man”. Zelfs als anticonceptie een mannenzaak lijkt te worden, vinden de huisartsen het nog een vrouwenzaak.

Hoe dan ook: onlangs overwoog ik opnieuw de pil te gaan slikken en toen ik even dertig jaar niet had opgelet, bleek de verplichte stopweek te zijn afgeschaft. Niet meer nodig. „Wanneer de vrouw dat wenst”, meldt de NHG-Standaard Anticonceptie nu over de combinatiepil, „of als er klachten zijn tijdens de stopweek, zoals veel bloedverlies, hoofdpijn of buikpijn kan de methode ook doorgebruikt worden (dus geen stopweek).” Ik had een paar honderd keer zinloos gebloed, pijn geleden, relatief zinloos op de wereld gescholden. En ik ben niet de enige: Nederlandse cijfers zijn niet te vinden, maar in een Amerikaans onderzoek uit 2004 wist driekwart van de vrouwen niet dat je met de pil niet hoeft te bloeden.

Hoe gáán zulke dingen? En hoe werken ze?

Doorslikgeschiedenis anticonceptie

Er waren wel veel uitvallers. Maar liefst 75 vrouwen stopten voortijdig met het onderzoek omdat ze bijwerkingen ervoeren, zoals gewichtstoename, doorbraakbloedingen (dan wordt iemand dwars door de pil heen toch ongesteld), hoofdpijn en menstruatiepijn. En sommige vrouwen, en een nog groter deel van de betrokken artsen en verplegers, vonden het doorslikken een beetje eng. Waren ze niet met de natuur aan het rommelen op een manier die ze niet begrepen?

Nu is de anticonceptiepil slikken sowieso ‘rommelen met de natuur’, voor wie dat zo wil zien. In de conservatieve jaren 50 kozen de Amerikaanse uitvinders van de pil, bioloog Gregory Pincus en arts John Rock, een cyclus van 28 dagen om het natuurlijke ritme te imiteren; ze hadden ook best een andere cycluslengte kunnen kiezen – of géén cyclus. Maar ze hoopten dat de katholieke kerk geen bezwaar zou hebben tegen een middel dat trekjes had van de wél door de paus getolereerde (onbetrouwbare) kalendermethode, seksuele onthouding op vruchtbare dagen. Dat schrijft de Amerikaanse journalist Jonathan Eig in zijn boek The Birth of the Pill (2014; vertaald als De man die seks uitvond).

Bovendien waren de eerste proefpersonen, begin jaren 50, ironisch genoeg vrouwen die zwanger wilden worden en bij wie dat niet lukte. In vroege tests werden enkele ‘onvruchtbare’ vrouwen die verschillende kandidaatstoffen voor de pil slikten en weer stopten, toch ineens zwanger. Die vrouwen wisten trouwens niet precies waar de onderzoekers mee bezig waren – de ethische normen voor onderzoek waren toen veel minder streng dan nu (de eerste medisch-ethische commissie in Nederland dateert ook pas van 1976). En de vrouwen wilden het signaal dat ze die maand wéér niet zwanger waren geraakt niet missen, ze wilden geen valse hoop, dus er moest een maandelijkse bloeding komen. Dat regelt de pil heel exact, dankzij de vaste stopweek.

De eerste anticonceptiepil, Enovid, kwam in 1957 in de Verenigde Staten op de markt als middel om de menstruatie te reguleren. Vrouwen die ermee stopten werd daarna een grotere kans op zwangerschap beloofd. Er moest wel een waarschuwing op het pillenpotje „dat er geen eisprong plaatsvond zolang je Enovid slikte. Met andere woorden, het ware doel van het middel stond als bijwerking op de verpakking vermeld”, schrijft Eig. Het was die ‘bijwerking’ die de pil tot een enorm succes maakte, vanaf begin jaren 60 ook in Nederland.

Eier-idioten

Maar hoe werkt het dat vrouwen die de pil slikken, en dus niet vruchtbaar zijn, toch ongesteld worden in de stopweek?

Ik leg die vraag voor aan Christine Klipping. Klipping is directeur van privaat onderzoekscentrum Dinox, met vestigingen in Groningen en Berlijn. Ze promoveerde in 1992 in Lübeck op een methode om bepaalde oestrogenen (vrouwelijke hormonen) te meten in folliculaire vloeistof. Daarvoor onderzocht ze al bijwerkingen van de pil. Eenmaal in Nederland richtte ze Dinox op omdat de Nijmeegse universiteit, waar ze toen werkte, „geen oren had” naar onderzoek voor pilfabrikanten. Dinox doet voornamelijk onderzoek naar dosering en bijwerkingen van anticonceptiepillen voor fabrikanten en adviseert mensen die zulk onderzoek willen leren opzetten. „We bestaan dit jaar 25 jaar”, zegt Klipping, en we doen alleen vrouwen en hormonen, niks anders. Ik zeg altijd: wij zijn de eier-idioten.”

Terug naar de vraag waarom vrouwen ongesteld worden in hun stopweek. „Zónder pil daalt het oestrogeen en progestageen tien tot veertien dagen na de eisprong. Dan gooit de baarmoeder het slijmvlies eruit, zodat weer nieuwe kan ontstaan. Dan krijg je een bloeding. En hetzelfde gebeurt in de stopweek van de pil: doordat de hormoonspiegels dalen, wordt het slijmvlies eruit gegooid en krijg je een kunstmatige onttrekkingsbloeding.”

Strikt genomen is dat geen menstruatie, al voelt het hetzelfde. De baarmoeder krampt pijnlijk samen om het slijmvlies te dumpen; vrouwen voelen zich die dagen vaak lamlendig, emotioneel en ongeconcentreerd en hebben hoofdpijn, spierpijn en/of pijnlijke borsten. „Daarom zeggen veel vrouwen: ik vind het lekker om nog even door te slikken”, zegt Klipping. „De pil is in feite van anticonceptiemiddel veranderd in een soort lifestyledrug. Je hebt ook veel vrouwen die een pil slikken terwijl ze nooit seks hebben. Gewoon, omdat ze geen zin hebben om te vloeien.”

Geen medische noodzaak

De meeste vrouwen hebben geen zin in ongesteld zijn. In verschillende onderzoeken zegt een grote meerderheid van de vrouwen dat ze minder vaak dan maandelijks ongesteld zouden willen worden; een kwart tot een derde zou liefst nooit meer menstrueren (Contraception1999 en 2004Body Image2015). „Er zijn ook vrouwen die vloeien fantastisch vinden”, zegt Klipping. „Die zeggen dat ze zich daarna zo gereinigd voelen.” Maar dat is dus een minderheid.

En het is ook niet medisch noodzakelijk om maandelijks te bloeden. Volgens sommige onderzoekers kun je het zelfs onnatuurlijk noemen. Vroeger, zeggen die, waren jonge vruchtbare vrouwen een groot deel van de tijd zwanger of gaven ze borstvoeding (dan menstrueer je ook niet). In jagers-verzamelaarssamenlevingen maakten vrouwen in hun leven naar schatting zo’n 160 menstruaties mee; tegenwoordig is dat circa 450 (Quarterly Review of Biology1994). De gezondheidseffecten daarvan zijn niet goed onderzocht, maar het is duidelijk vervelend voor vrouwen met endometriose en neiging tot bloedarmoede en voor vrouwen wier epilepsie of artritis verergert door hormoonschommelingen. En vaker menstrueren betekent natuurlijk vaker irritante menstruatieklachten.

Niet zo gek dus dat al in het eerste doorslik-onderzoek uit 1977 bijna de helft van de uitvallers, ondanks alle bijwerkingen, bereid was om het tri-cyclen later nog eens te proberen, met een lager gedoseerde pil. Die pil is er gekomen; het onderzoek ging door, op zoek naar de beste hormoondosis en doorslikperiode. De farmaceutische industrie blijft geïnteresseerd, want, zegt Klipping: „Hoeveel miljard mensen hebben we op de wereld? Daarvan is de helft vrouw en daarvan de helft in de leeftijd dat ze zwanger kunnen worden. Zelfs met een klein marktaandeel heb je nog kans op een goeie omzet.” In Nederland slikken circa anderhalf miljoen vrouwen de pil, volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen.

Voor sommige vrouwen is het enige probleem van doorslikken nu nog dat ze dan onverwacht kunnen gaan bloeden (een doorbraakbloeding). Dat komt doordat met de pil de hormoonniveaus binnen een dag al sterk kunnen verschillen, en zeker als je hem niet elke dag op hetzelfde tijdstip neemt, kun je onder de ‘grenswaarde’ voor een bloeding raken.

En er zijn individuele verschillen: „De ene vrouw kan drie strips achter elkaar slikken zonder te bloeden, en de andere krijgt al een tussenbloeding als ze pas vijf pillen in de volgende strip is”, zegt Klipping. Uit haar eigen onderzoek blijkt dat je het beste kunt doorslikken tot je twee dagen lang bloedt, en dan vier dagen stoppen, en dan weer met de pil beginnen (Journal of Family Planning and Reproductive Health Care2012). „Je moet er wel steeds minimaal 24 ingenomen hebben. Zo heb je de minste bloedingsdagen per jaar, als je vanuit je lichaam je eigen pauzes kiest.”

In de Nederlandse richtlijnen is de doorsliktermijn intussen steeds verder opgerekt van „twee tot drie maanden” (1998) via „langere tijd” (2003) naar onbepaalde tijd (2011). De NHG waarschuwt in die Standaard uit 2011 nog wel dat langetermijneffecten onbekend zijn. Een nieuwe Standaard is in de maak.

Onderzoekers volgen pilslikkende vrouwen in het algemeen maar een paar jaar, zoals in het meeste geneesmiddelenonderzoek. Maar veel bezorgdheid heerst er niet. En zo is de pil toch nog een middel geworden om de menstruatie te reguleren, zoals de uitvinders zestig jaar geleden al beloofden.

Het doorslikken is het makkelijkst bij een pilsoort met 21 pilletjes per strip, met in elke pil dezelfde hoeveelheid hormonen. Slik je een ander soort pil of twijfel je? Vraag advies aan de huisarts.